Naar de inhoud
de dierenriem

Week van 19 tot 25 oktober 2026

Schorpioen

van 23 oktober tot 22 november 2026

De Zon komt het teken binnen op om . Tot dan rondt ze haar tocht door de Weegschaal af.

Lees over de Schorpioen

Helderste ster van het sterrenbeeld: Antares

De echte hemel, van 19 tot 25 oktober

In de krant staat Weegschaal, daarna Schorpioen. Kijk omhoog: de Zon staat voor de sterren van de Maagd. Allebei klopt het, alleen gaat het niet over hetzelfde.

Positie van de Zon van 19 tot 25 oktober 2026 Bovenste band: de tekens, verdeeld in gelijke delen van 30 graden. De Zon gaat van het einde van de Weegschaal naar het begin van de Schorpioen. Onderste band: de sterrenbeelden met de grenzen van 1930. Daar staat de Zon voor de Maagd. Tekens, twaalf gelijke delen van 30° Maagd Weegschaal Schorpioen Boogschutter Steenb. Sterrenbeelden, grenzen van 1930 Leeuw Maagd Weegschaal Schorp. Slangendrager Boogschutter De Zon deze week
Ecliptische lengte van 160° tot 280°. De Zon schuift ongeveer één graad per dag op. Ze bereikt het sterrenbeeld Weegschaal pas op 31 oktober en dat van de Schorpioen op 23 november, voor minder dan een week, voor ze op 30 november de Slangendrager binnengaat.
Ingekleurde gravure uit de 17e eeuw: de schijngestalten van de Maan in een cirkel rond de Aarde, bovenaan verlicht door de Zon.

De Maan neemt toe

Na het eerste kwartier trekt ze elke avond iets verder naar het oosten, langs de sterren van de Steenbok, de Waterman en de Vissen, op weg naar volle maan.

Eerste kwartier
,
Volle maan
,

Andreas Cellarius, Harmonia Macrocosmica, 1661, plaat met de schijngestalten van de Maan (detail).

Saturnus, de hele nacht

Twee weken na de oppositie van 4 oktober komt Saturnus rond op en gaat pas rond onder. Hij staat buiten de klassieke dierenriem, in het sterrenbeeld Walvis, net ten zuiden van de Vissen.

Gravure uit 1801: de Walvis, een zeemonster met hondenkop en opgerolde staart, tussen een raster van coördinaten en sterren.
Johann Elert Bode, Uranographia, 1801, de Walvis.

Jupiter en Mars, na middernacht

Mars komt rond op in het sterrenbeeld Kreeft, Jupiter rond in de Leeuw. Met magnitude −2 is Jupiter helderder dan elke ster aan de nachthemel.

Deze week onzichtbaar

  • Venus schuift op om tussen de Aarde en de Zon. Dat heet benedenconjunctie: de planeet verdwijnt in het daglicht.
  • Mercurius gaat minder dan een halfuur na de Zon onder. Op 24 oktober staat hij stil en lijkt hij daarna achteruit te gaan: een perspectiefeffect door de beweging van de Aarde.

De Orioniden

Deze meteorenzwerm bereikt elk jaar rond 21 oktober zijn hoogtepunt. Het gaat om stof van de komeet van Halley, dat met zo’n 66 km per seconde de atmosfeer binnendringt. In de nacht van 21 op 22 oktober gaat de Maan rond onder: daarna is de hemel het donkerst.

De horoscoop van de week

Voor het leesplezier, niet om te voorspellen.

Twaalf korte teksten om je mee te vermaken. Ze vertrekken van de echte hemel van deze week en trekken er geen enkele conclusie uit over je leven: de sterren beslissen hier niets.

20 maart tot 20 april

Mars, volgens de traditie jouw heerser, komt rond één uur ’s nachts op. Rood, wat te vroeg en wakker als de rest slaapt: dat profiel ken je. Zwaai even als je toch op bent. Zo niet, dan neemt hij het je niet kwalijk.

20 april tot 21 mei

Op papier valt de volle maan van maandag 26 in jouw teken, om ’s ochtends. Geen uur voor een Stier. Bekijk haar straks bij het ontbijt, met koffie: nog altijd de verstandigste manier om naar een hemellichaam te kijken.

21 mei tot 21 juni

Mercurius houdt op de 24e halt en lijkt dan achteruit te rijden. Gezichtsbedrog: de Aarde haalt hem gewoon in. Lees je berichten toch nog eens na voor je ze verstuurt. Niet uit bijgeloof, uit stijl.

21 juni tot 22 juli

Mars kampeert in jouw sterrenbeeld, het echte, dat van de sterren. Een rode, luidruchtige bezoeker bij het meest bescheiden teken van allemaal. Laat hem op de mat staan en bekijk hem rond drie uur door het raam. Niemand die je dat kwalijk neemt.

22 juli tot 23 augustus

Jupiter trekt door jouw sterren en overstraalt elke ster aan de hemel. Jij vindt dat normaal. De elf andere tekens intussen ook. Geniet ervan tegen de ochtend; op dat uur hoef je zelfs geen publiek te groeten.

23 augustus tot 23 september

De Zon staat nog altijd voor jouw sterren, niet voor die uit de krant. Je had dus al die tijd gelijk, zoals gewoonlijk. Hou het voor jezelf: een Maagd die zwijgend gelijk heeft, wordt nog uitgenodigd.

23 september tot 23 oktober

Vrijdag om verlaat de Zon je teken. Volgend jaar komt ze terug, ongeveer op dezelfde dag. Geef de sleutels met stijl af, doe nog een laatste rondje en laat voor de Schorpioen een vriendelijk briefje achter op tafel.

23 oktober tot 22 november

Je seizoen begint vrijdag in de late voormiddag. In de echte hemel bereikt de Zon jouw sterren pas op 23 november, en dan nog voor minder dan een week. Wachten kun je. Het schijnt zelfs je specialiteit te zijn.

22 november tot 21 december

De Orioniden schieten met 66 km per seconde door de lucht. Een boogschutter weet een goed vertrokken pijl te waarderen. Wacht tot de Maan ondergaat, rond half vier in de nacht van woensdag op donderdag, en tel: de enige gok van de week.

21 december tot 20 januari

De Maan trekt maandag- en dinsdagavond door de sterren van de Steenbok en gaat dan verder. Aankomen, vaststellen, zonder drukte weer vertrekken: die methode herken je, het is de jouwe.

20 januari tot 18 februari

Saturnus, je oude heerser, is de hele nacht te zien. Toch heeft hij de dierenriem verlaten voor het sterrenbeeld Walvis. Een god van de tijd die buiten de lijntjes kleurt: een beter voorbeeld kun je je niet wensen.

18 februari tot 20 maart

De Maan groeit in jouw sterren op vrijdag, zaterdag en zondag. Wil je slapen, trek de gordijnen dicht. Wil je dromen, laat ze open. Aan de hemel verandert dat niets, aan je ochtendhumeur misschien wel.

Gravure uit 1690: de Weegschaal, met haar juk en twee schalen, tussen de Maagd en de Schorpioen, op een raster van lengtegraden.
Johannes Hevelius, Firmamentum Sobiescianum, 1690, de Weegschaal. Hevelius tekent de hemel zoals je hem van buitenaf op een hemelglobe ziet: zijn figuren zijn gespiegeld ten opzichte van wat je vanaf de Aarde ziet.

Tekens en sterrenbeelden, twee dierenriemen

De dierenriem van de astrologen verdeelt de schijnbare baan van de Zon in twaalf gelijke delen van 30 graden, gerekend vanaf het lentepunt, de plaats van de Zon bij de maart-equinox. Sterrenbeelden zijn daarentegen groepen sterren van zeer ongelijke grootte.

Iets meer dan tweeduizend jaar geleden vielen beide indelingen ongeveer samen. Sindsdien is de aardas langzaam verschoven, als een tol die vertraagt. Die beweging, de precessie van de equinoxen, verplaatst het lentepunt met ongeveer één graad per 72 jaar. De Griekse astronoom Hipparchus beschreef ze als eerste, in de 2e eeuw voor onze jaartelling.

1930

De Internationale Astronomische Unie publiceert de grenzen van de 88 sterrenbeelden, getekend door de Belgische astronoom Eugène Delporte aan de sterrenwacht in Ukkel.

Met die officiële grenzen trekt de Zon in een jaar door dertien sterrenbeelden, waaronder de Slangendrager, van eind november tot half december. De tekens zijn er twaalf gebleven. Deze site houdt beide aan: het teken voor de traditie en het plezier, het sterrenbeeld voor wat je echt ziet.